scrum consultancy

Scrum is een speciale techniek binnen Lean en Short Interval Management. Binnen Scrum is de rol van Scrum Master het meest bekend. Scrum biedt inzicht en overzicht van activiteiten binnen een projectteam. Scrum is een techniek om activiteiten te managen in een cross-functionele, multidisciplinaire werkcel.

Scrum is één van de bekendste technieken die wordt gebruikt in Agile softwareontwikkeling. Het is een Agile manier om projecten te managen en is een geheel andere benadering dan traditionele projectmanagement methoden zoals PRINCE2. Scrum vindt zijn oorsprong in productontwikkeling en wordt vaak gebruikt in de ontwikkeling van software. De laatste jaren wordt Scrum ook steeds meer toegepast in ontwikkelprojecten buiten de IT-sector.

Projectontwikkeling volgens de Scrum aanpak bestaat uit een aantal iteraties die ‘Sprints’ worden genoemd. Afhankelijk van het project of de organisatie varieert de duur van een Sprint, maar duurt doorgaans 1 tot 4 weken. Het doel van een Sprint is om aan het eind van elke Sprint een afgerond geheel of operationele versie op te leveren. Het lijkt daarom op de Kaizen-filosofie door veel kleine korte stapjes te volgen, in plaats van één grote lange stap. Het voordeel van Scrum is dat het zeer geschikt is voor het omgaan met verandering van specificaties gedurende het project.

De belangrijkste elementen van Scrum zijn:

  • Product: Het eindproduct volgens de klanteisen (na een aantal Sprints).
  • Sprint: Periode van 1 tot 4 weken, waarin het team werkt aan de Sprint backlog items.
  • Sprint: Planning meeting

Voor de start van een Sprint bespreekt het team wat er moet gebeuren.

  • Sprint Review meeting:

Na een Sprint bespreekt het team de resultaten en Lessons learned.

  • Daily Scrum meeting:

Gedurende deze dagelijkse meetings worden de volgende drie vragen gesteld:

  • Wat hebben we gisteren afgerond?
  • Wat gaan we vandaag afronden?
  • Wat zijn de obstakels die we zijn tegengekomen?

Binnen Scrum zijn er ook zogenaamde ‘Artefacten’. De belangrijkste zijn:

  • Product backlog:

Lijst van functionaliteiten die nog moeten worden toegevoegd aan het product.

  • Sprint backlog:

De to-do lijst van het team gedurende een bepaalde Sprint.

  • Burn down chart:

Een diagram waar dagelijks de verbruikte uren worden uitgezet tegen de beschikbare uren.scrumScrum-teams worden ondersteund door twee specifieke rollen: de ‘Scrum Master’ en de ‘Product Owner’ (PO). De Product Owner vertegenwoordigt het bedrijf, de klant of de gebruikers. De Product Owner definieert de functionele eisen voor het product. Hij bepaalt ook doorlopend de prioriteiten voor de resterende onderdelen van de Product Backlog. De Product Owner bepaalt dus de volgorde van de Product Backlog items die aan een bepaalde Sprint worden toegekend.

De rol van de Scrum Master wijkt op vele manieren af van de traditionele projectmanager rol. De rol van de Scrum Master is niet van-dag-tot-dag leiding geven aan het team en hij wijst geen taken toe aan individuele teamleden. In plaats daarvan is hij een coach voor het team en de interface met de Product Owner. Hierdoor kan het team zich tijdens de Sprints concentreren om de gestelde doelen te bereiken. De Scrum Master modereert de dagelijkse Sprint meetings, maar het managen van de sprint items wordt gedaan door het Scrum team zelf. Als team zijn zij verantwoordelijk om alle Sprint items te voltooien tijdens de Sprint. Elke persoon draagt zorg voor de oplevering van zijn eigen items, maar helpt ook andere teamleden indien nodig om hun deliverables te voltooien.

Elke nieuwe Sprint begint met een korte planningssessie. Er mag niet meer werk worden gepland voor een Sprint, dan dat er beschikbaar is aan resources. Dit stimuleert het maken van keuzes en het stellen van de juiste prioriteiten. Het team en de Scrum Master hebben dagelijkse stand-up meetings rondom het Scrum bord om de voortgang en belemmeringen te bespreken. Als sprake is van externe belemmering, zal de Scrum Master het voortouw nemen om dit probleem op te lossen zodat het team verder kan. Scrum gaat ervan uit dat aan het einde van elke Sprint een operationeel of werkend product wordt opgeleverd. Elke Sprint wordt afgesloten met een testfase om zeker te stellen dat het opgeleverde resultaat van de Sprint voldoet aan de gestelde eisen of specificatie.